Naar hoofdinhoud

Titel › HOOFDSTUK IV

Artikel 21

Algemene bevoegdheden

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Aziatische Ontwikkelingsbank· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 29 augustus 1966

Naast de elders in deze Overeenkomst omschreven bevoegdheden, is de Bank bevoegd: in lid-staten of elders fondsen te lenen, en in verband hiermede zodanig zakelijk of ander onderpand te verschaffen als de Bank bepaalt, met dien verstande evenwel dat: de Bank, alvorens zij haar schuldbrieven op het grondgebied van een staat verkoopt, toestemming van die staat heeft gekregen; de Bank, indien de verplichtingen van de Bank worden aangeduid in de valuta van een lid, toestemming van dat lid heeft gekregen; de Bank goedkeuring krijgt van de staten, bedoeld in de alinea's (a) en (b) van dit lid voor het zonder enige beperking omwisselen van de opbrengst in de valuta van een lid; en de Bank, alvorens te besluiten haar schuldbrieven in een bepaalde staat te verkopen, het bedrag van eventuele eerdere leningen in die staat in aanmerking neemt, alsmede het bedrag van eerdere leningen in andere staten en de mogelijke beschikbaarheid van fondsen in die andere staten, en voorts behoorlijke aandacht schenkt aan het algemene beginsel dat haar leningen in de grootst mogelijke mate gevarieerd moeten zijn, wat betreft de staat, die de lening verstrekt; waardepapieren die de Bank heeft uitgegeven of gegarandeerd of waarin zij haar middelen heeft belegd, te kopen en te verkopen, met dien verstande evenwel dat zij daartoe toestemming heeft gekregen van de staat op wiens grondgebied de waardepapieren zullen worden gekocht of verkocht; waardepapieren te garanderen waarin zij haar middelen heeft belegd, ten einde de verkoop daarvan te vergemakkelijken; waardepapieren uitgegeven door een lichaam of onderneming voor doeleinden die in overeenstemming zijn met het doel van de Bank te kopen of deel te nemen in de aankoop daarvan; fondsen die niet benodigd zijn voor haar werkzaamheden, op het grondgebied van leden te beleggen in door haar zelf te bepalen schuldbrieven van leden of onderdanen daarvan en fondsen die door de Bank zijn aangehouden voor pensioenen of dergelijke doeleinden, op het grondgebied van leden te beleggen in courante waardepapieren die zijn uituitgegeven door leden of onderdanen daarvan; technische raad en hulp te verschaffen die haar doelstelling dienen en binnen haar taken vallen, en indien uitgaven die worden gedaan bij het verlenen van diensten, niet kunnen worden terugbetaald, de netto-inkomsten van de Bank daarvoor te belasten; in de eerste vijf jaren van haar werkzaamheden mag de Bank hoogstens twee procent van haar volgestort kapitaal gebruiken voor het verlenen van zulke diensten op een non-remboursabele basis; en alle andere bevoegdheden uit te oefenen en alle regels en voorschriften vast te stellen die nodig of geschikt zijn voor de bevordering van haar doel en taken, overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst.

Rechtspraak bij dit artikel