**1.** Alle bevoegdheden van de Bank berusten bij de Raad van Bestuur.
**2.** De Raad van Bestuur kan aan het College van Bewindvoerders al zijn bevoegdheden of enkele daarvan overdragen, met uitzondering van de bevoegdheid:
nieuwe leden toe te laten en de voorwaarden van hun toelating vast te stellen;
het maatschappelijk kapitaal van de Bank te verhogen of te verlagen;
een lid te schorsen;
te beslissen omtrent beroepen die zijn ingesteld naar aanleiding van uitleggingen of toepassingen van deze Overeenkomst, afkomstig van het College van Bewindvoerders;
machtiging te verlenen tot het aangaan van overeenkomsten van algemene aard tot samenwerking met andere internationale organisaties;
de Bewindvoerders en de President van de Bank te kiezen;
de beloning van de Bewindvoerders en hun plaatsvervangers en het salaris en andere voorwaarden van het arbeidscontract van de President vast te stellen;
de balans en de winst- en verliesrekening van de Bank goed te keuren na kennisneming van het rapport van de accountants;
de reserves en de verdeling van de netto-winsten van de Bank vast te stellen;
wijzigingen in deze Overeenkomst aan te brengen;
te besluiten de werkzaamheden van de Bank te beëindigen en haar activa te verdelen; en
alle andere bevoegdheden uit te oefenen, die in deze Overeenkomst uitdrukkelijk zijn voorbehouden aan de Raad van Bestuur.
**3.** De Raad van Bestuur behoudt de volledige bevoegdheid gezag uit te oefenen over aangelegenheden, die ingevolge het bepaalde in het tweede lid van dit artikel zijn overgedragen aan het College van Bewindvoerders.
**4.** Voor de toepassing van deze Overeenkomst kan de Raad van Bestuur, met een meerderheid van twee derde van het totale aantal Bestuurders, die ten minste drie vierde van het totale aantal der leden vertegenwoordigen, van tijd tot tijd bepalen welke landen of leden van de Bank als ontwikkelde landen of ontwikkelingslanden of leden moeten worden beschouwd, waarbij met daarvoor in aanmerking komende economische overwegingen rekening moet worden gehouden.
Titel › HOOFDSTUK VI
Artikel 28
Raad van Bestuur: bevoegdheden
Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Aziatische Ontwikkelingsbank· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 29 augustus 1966