Naar hoofdinhoud

Titel › HOOFDSTUK I

Artikel 3

Lidmaatschap

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Aziatische Ontwikkelingsbank· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 29 augustus 1966

1. Het lidmaatschap van de Bank staat open voor: (i) leden en geassocieerde leden van de Economische Commissie voor Azië en het Verre Oosten van de Verenigde Naties en (ii) andere, in het gebied gelegen landen en niet in het gebied gelegen ontwikkelde landen die lid zijn van de Verenigde Naties of van een van hun gespecialiseerde organisaties. 2. Staten die in aanmerking komen voor het lidmaatschap ingevolge het eerste lid van dit artikel en die geen lid worden ingevolge artikel 64 van deze Overeenkomst, kunnen op zodanige voorwaarden als de Bank bepaalt, worden toegelaten tot haar lidmaatschap van de Bank, indien twee derde van het totale aantal Bestuurders, die ten minste drie vierde van het totale aantal stemmen van de leden vertegenwoordigen, zich daarvoor uitspreken. 3. Ten aanzien van de geassocieerde leden van de Economische Commissie voor Azië en het Verre Oosten van de Verenigde Naties, die niet zelf hun internationale betrekkingen regelen, wordt de aanvraag van het lidmaatschap van de Bank gedaan door het lid van de Bank dat verantwoordelijk is voor de internationale betrekkingen van de aanvrager en gaat deze vergezeld van een toezegging door dat lid dat het, totdat de aanvrager zelf die verantwoordelijkheid overneemt, verantwoordelijk is voor alle verplichtingen die door de aanvrager worden aanvaard in verband met zijn toelating tot het lidmaatschap van de Bank en het genot van de voordelen van dat lidmaatschap. „Staat”, zoals gebruikt in deze Overeenkomst, omvat mede elk gebied dat geassocieerd lid is van de Economische Commissie voor Azië en het Verre Oosten van de Verenigde Naties.

Rechtspraak bij dit artikel