Naar hoofdinhoud

Titel › HOOFDSTUK VI

Artikel 30

College van Bewindvoerders: samenstelling

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Aziatische Ontwikkelingsbank· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 29 augustus 1966

1. Het College van Bewindvoerders bestaat uit 10 (tien) leden leden die geen leden van de Raad van Bestuur zijn, en waarvan er: 7 (zeven) worden gekozen door de leden van de Raad van Bestuur die de regionale leden vertegenwoordigen, en 3 (drie) door de leden van de Raad van Bestuur, die de niet-regionale leden vertegenwoordigen. Bewindvoerders dienen personen te zijn die in hoge mate competent zijn in economische en financiële zaken; zij worden gekozen overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B bij deze Overeenkomst, Op de tweede jaarvergadering van de Raad van Bestuur na de oprichtingsvergadering dient de Raad van Bestuur de omvang en samenstelling van het College van Bewindvoerders te herzien en het aantal Bewindvoerders naar goeddunken te vergroten, waarbij bijzondere aandacht wordt geschonken aan de wenselijkheid de vertegenwoordiging van de kleinere, minder ontwikkelde lid-staten in het College van Bewindvoerders te vergroten, rekening houdend met de omstandigheden op dat moment. Besluiten ingevolge dit lid worden genomen met een meerderheid der stemmen van het totale aantal leden van de Raad van Bestuur die ten minste twee derde van het totale aantal stemmen van de leden vertegenwoordigen. 2. Iedere Bewindvoerder wijst een plaatsvervanger aan met volledige bevoegdheid voor hem op te treden, wanneer hij niet aanwezig is. De Bewindvoerders en hun plaatsvervangers dienen onderdanen van lid-staten te zijn. Twee of meer Bewindvoerders mogen niet dezelfde nationaliteit hebben, noch mogen twee of meer plaatsvervangers dezelfde nationaliteit hebben. Een plaatsvervanger mag deelnemen aan vergaderingen van het College, doch mag alleen zijn stem uitbrengen wanneer hij optreedt in de plaats van zijn principaal. 3. Bewindvoerders oefenen hun functie uit gedurende een tijdvak van 2 (twee) jaar en kunnen worden herkozen. Zij blijven in functie totdat hun opvolger is gekozen en benoemd. Indien de functie van een Bewindvoerder meer dan 180 (honderdtachtig) dagen voor het einde van zijn ambtsperiode openvalt, wordt door de Bestuurders die de vorige Bewindvoerder hebben gekozen, overeenkomstig Bijlage B van deze Overeenkomst een opvolger gekozen voor het resterende deel van de ambtsperiode. Voor deze verkiezing is een meerderheid van de door deze Bestuurders uitgebrachte stemmen nodig. Indien de functie van een Bewindvoerder 180 (honderdtachtig) dagen of minder voor het einde van zijn ambtsperiode openvalt, kan op gelijke wijze door de Bestuurders die de vorige Bewindvoerder hebben gekozen een opvolger worden gekozen voor het resterende deel van de ambtsperiode, voor welke verkiezing een meerderheid van de uitgebrachte stemmen nodig is. Zolang de functie onvervuld blijft, oefent de plaatsvervanger van de vorige Bewindvoerder de rechten van de laatste uit, behalve het recht een plaatsvervanger te benoemen.

Rechtspraak bij dit artikel