**1.** De Raad van Bestuur kiest met een meerderheid van het totale aantal Bestuurders, die ten minste een meerderheid van het totale aantal stemmen van de lid-staten vertegenwoordigen, een President van de Bank. Deze dient de nationaliteit van een regionale lid-staat te bezitten. De President mag tijdens het bekleden van zijn functie geen Bestuurder, Bewindvoerder, of plaatsvervanger van een van beiden zijn.
**2.** De ambtstermijn van de President is 5 (vijf) jaar. Hij kan worden herkozen. Hij treedt echter af wanneer de Raad van Bestuur zulks beslist met een meerderheid van twee derde van het totale aantal Bestuurders die ten minste twee derde van het totale aantal stemmen van de leden vertegenwoordigen. Indien door enige oorzaak de functie van President meer dan 180 (honderdtachtig) dagen voor het einde van zijn ambtstermijn openvalt, wordt door de Raad van Bestuur een opvolger voor het resterende gedeelte van de termijn gekozen, met inachtneming van de bepalingen van het eerste lid van dit artikel.
Indien het ambt door enige oorzaak 180 (honderdtachtig) dagen of minder voor het einde van de ambtstermijn openvalt, kan op gelijke wijze voor het resterende gedeelte van de termijn door de Raad van Bestuur een opvolger worden gekozen.
**3.** De President is Voorzitter van het College van Bewindvoerders doch heeft, behoudens een beslissende stem in geval van staking der stemmen, geen stemrecht. Hij mag deelnemen aan vergaderingen van de Raad van Bestuur, doch heeft geen stemrecht.
**4.** De President is de vertegenwoordiger van de Bank in rechten.
**5.** De President is het hoofd van de staf van de Bank en leidt de lopende zaken van de Bank volgens de aanwijzingen van het College van Bewindvoerders. Hij is verantwoordelijk voor de organisatie, de aanstelling en het ontslag van het leidinggevend en ander personeel overeenkomstig de door het College van Bewindvoerders te stellen regels.
**6.** Bij het aanstellen van leidinggevend en ander personeel schenkt de President, rekening houdend met het primaire belang van de waarborging van een zo hoog mogelijk peil van doelmatigheid en technische bekwaamheid, de nodige aandacht aan het aantrekken van personeel op een zo breed mogelijke regionaal-geografische basis.
Titel › HOOFDSTUK VI
Artikel 34
De President
Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Aziatische Ontwikkelingsbank· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 29 augustus 1966