Naar hoofdinhoud

Titel › HOOFDSTUK IX

Artikel 61

Arbitrage

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Aziatische Ontwikkelingsbank· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 29 augustus 1966

Wanneer onenigheid ontstaat tussen de Bank en een staat die heeft opgehouden lid te zijn, of tussen de Bank en een lid, nadat is beslist dat de werkzaamheden van de Bank zullen worden beëindigd, wordt zulk een onenigheid onderworpen aan arbitrage door een tribunaal van drie scheidslieden. Een der scheidslieden wordt door de Bank benoemd, een andere door het betrokken land en de derde door de President van het Internationale Gerechtshof of een andere autoriteit die daarvoor bij een door de Raad van Bestuur te treffen regeling is aangewezen, tenzij de partijen anders beslissen. Een gewone meerderheid van stemmen der scheidslieden is voldoende om een beslissing te bereiken die definitief en bindend is voor partijen. De derde scheidsman is gemachtigd alle vragen betreffende de procedure te beslissen, indien daaromtrent verschil van mening bij partijen bestaat.

Rechtspraak bij dit artikel