**1.** De certificaten moeten bovendien de verklaring inhouden:
ten aanzien van runderen bestemd voor de slacht:
dat zij bij de bloedserumagglutinatietest op brucellose, die niet meer dan 30 dagen voor de verlading is verricht, een titer vertoonden van minder dan 30 i.e./ml en dat zij negatief hebben gereageerd op de intradermale tuberculinatietest, die niet meer dan 30 dagen voor de verlading is verricht;
ten aanzien van fok- en gebruiksvee, behalve de onder a. genoemde voorwaarden:
dat het afkomstig is van bedrijven die officieel erkend zijn als bedrijven, die reeds ten minste 12 maanden vrij zijn van brucellose, reeds ten minste 6 maanden van trichomoniasis terwijl de dieren gedurende een door de bevoegde instanties der Overeenkomstsluitende Partijen vast te stellen tijdvak vrij moeten zijn geweest van leukose. Bovendien, ten aanzien van melkkoeien, dat er geen verschijnselen van uierontsteking aanwezig zijn en dat het onderzoek van de melk, dat niet meer dan 30 dagen voor de verlading is verricht, niets heeft aangetoond dat op het bestaan van specifieke ontstekingen wijst, noch de aanwezigheid van ziektekiemen of van antibiotica heeft aangetoond;
ten aanzien van schapen en geiten niet bestemd voor de slacht:
dat deze na te zijn onderzocht volgens de onder a. genoemde methode, welk onderzoek niet meer dan 30 dagen voor de verlading is verricht, zijn gebleken vrij te zijn van brucellose en tuberculose, alsmede van Q fever;
ten aanzien van varkens niet bestemd voor de slacht:
dat zij bij de bloedserumagglutinatietest op brucellose, die niet meer dan 30 dagen voor de verlading is verricht, een titer vertoonden van minder dan 30 i.e./ml; deze test is niet vereist voor dieren die minder dan 25 kg wegen;
dat zij afkomstig zijn uit een streek waar in het laatste jaar in de slachthuizen, zowel in de gemeente van herkomst als in de omliggende gemeenten, geen enkel geval van trichinose is waargenomen;
dat zij afkomstig zijn van bedrijven die officieel erkend zijn vrij te zijn van brucellose en klinisch vrij van leptospirose, atrofische rhinitis en van viruspneumonie;
ten aanzien van eenhoevigen:
dat zij, ten hoogste 15 dagen voor het vertrek, zijn onderworpen aan een bloedonderzoek op kwade droes waarvan de uitslag negatief is geweest;
ten aanzien van fokpluimvee en broedeieren:
dat zij afkomstig zijn van bedrijven die onder veterinair toezicht staan en die erkend zijn vrij te zijn van ziekten ten aanzien waarvan een aangifteplicht bestaat, van pullorum alsmede van klinisch aantoonbare ziekten van de luchtwegen.
**2.** Runderen en varkens bestemd voor de slacht mogen niet afkomstig zijn van bedrijven, waarvan de dieren in het kader van een programma tot het uitbannen van een besmettelijke ziekte dienen te worden afgeslacht.
**3.** Met het oog op de dierziektetoestand van de veestapel, kan worden verlangd dat voor invoer bestemde dieren in het land van herkomst worden ingeënt tegen mond- en klauwzeer, met een door de bevoegde autoriteit van het land van verzending toegelaten en gecontroleerde entstof, die op basis van geïnactiveerde virussen is bereid. De inenting moet ten minste 15 dagen en niet meer dan 4 maanden voor het inladen van de dieren worden verricht.
Op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen kan de inenting tegen mond- en klauwzeer geschieden met een driewaardig, geïnactiveerd vaccin.
De inenting tegen varkenspest moet ten minste 15 dagen en niet meer dan 3 maanden voor de datum van afgifte van het certificaat worden verricht met een geïnactiveerd vaccin.
De inenting tegen mond- en klauwzeer kan achterwege blijven, indien het land van herkomst en de landen van doorvoer reeds ten minste 6 maanden vrij zijn van mond- en klauwzeer.
Voor zover niet in deze Overeenkomst is voorzien, stellen de centrale veeartsenijkundige diensten van de Overeenkomstsluitende Partijen gezamenlijk de biologische methoden, proeven en tests vast, welke met het oog op het waarborgen van het niet voorkomen der in dit artikel genoemde ziekten in de onderscheidene landen dienen te worden gevolgd, respectievelijk verricht.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Veterinaire Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Republiek Roemenië· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 9 maart 1968