**§ 1.** — De Hoge Verdragsluitende Partijen voorzien de mogelijkheid dat in de toekomst behoefte zal ontstaan om een directe verbinding te verwezenlijken tussen het Albertkanaal bij Briegden en de Maas ter hoogte van de bovenmond van het Julianakanaal.
**§ 2.** — De Hoge Verdragsluitende Partijen aanvaarden als oplossing voor de in paragraaf 1 van dit artikel genoemde directe verbinding deze waarvan de toelichtende beschrijving is opgenomen, onder B, in het verslag van de Belgische en Nederlandse technici hetwelk als bijlage I is gevoegd bij het advies over vraagstukken inzake waterwegen en havenproblemen, uitgebracht op 11 maart 1954 aan de Regeringen van België en Nederland door de Heren F. Van Cauwelaert en M. P. L. Steenberghe.
Deze toelichtende beschrijving met de twee bijbehorende kaarten zijn de bijlagen II, III en IV bij dit Verdrag.
**§ 3.** — De Hoge Verdragsluitende Partijen zullen, op verzoek van één hunner, nader overleg plegen omtrent het tijdstip en de modaliteiten van uitvoering en de verdeling der kosten van de in paragraaf 2 van dit artikel voorziene oplossing.
**§ 4.** — Een overeenkomst tussen de Hoge Verdragsluitende Partijen zal definitief de verwezenlijking regelen van de in paragraaf 1 van dit artikel genoemde directe verbinding.
**§ 5.** De Hoge Verdragsluitende Partijen verplichten zich echter er voor zorg te dragen, dat bij de uitbreidingsplannen rekening wordt gehouden met een eventuele latere uitvoering van de in paragraaf 2 van dit artikel voorziene oplossing.
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot verbetering van de verbinding tussen het Julianakanaal en het Albertkanaal· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 7 september 1962