Naar hoofdinhoud
De bijzondere vergunning, zoals bedoeld in artikel 7, en de uitdrukkelijke machtiging, zoals bedoeld in artikel 8, tweede lid, dient men bij zich te hebben op alle reizen op het grondgebied van de andere Staat; zij dienen op verzoek van de met de controle belaste ambtenaren te worden getoond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel