Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Europese Overeenkomst inzake beperking van het gebruik van bepaalde detergenten in was- en reinigingsmiddelen· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 november 1984

1. De Overeenkomstsluitende Partijen nemen de verplichting op zich, binnen het kader van de ter beschikking staande technieken, zo doeltreffend mogelijke, zo nodig bij de wet voor te schrijven maatregelen te nemen, opdat op hun onderscheiden grondgebieden: de in artikel 1 bedoelde middelen slechts op de markt worden gebracht op voorwaarde dat de anionogene en de nonionogene oppervlakte-actieve stoffen die zij bevatten, tot ten minste 80% biologisch kunnen worden afgebroken, waarbij dit percentage wordt bepaald met de best bruikbare technieken, zoals de referentiemethode van de OESO of iedere andere methode die gelijkwaardige resultaten oplevert; met betrekking tot de kationogene en amfotere oppervlakte-actieve stoffen, voor zover wenselijk, dezelfde doelstellingen worden verwezenlijkt; geschikte meet- en controleprocedures worden toegepast, ten einde te garanderen dat het bepaalde onder de letters a en b van dit lid wordt nageleefd. 2. De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen, bij afwezigheid van bevredigende vervangingsmiddelen, toestaan dat de volgende oppervlakte-actieve stoffen niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid: laagschuimende additieprodukten van alkeenoxide aan stoffen als alcoholen, alkylfenolen, glycolen, meerwaardige alcoholen, vetzuren, amiden of aminen die worden gebruikt in vaatwasmiddelen; de onder letter a van dit lid genoemde oppervlakte-actieve stoffen alsook de alkalibestendige alkyl en alkyl-aryl polyglycolethers met geblokkeerde eindgroep, die worden gebruikt in reinigingsmiddelen voor de levensmiddelen- en de drankenindustrie en de metaalverwerkende industrie. Voorheen art. 1.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel