Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 15

Beperkingen ten aanzien van de werkzaamheden

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, gedaan te Khartoem op 4 augustus 1963, zoals gewijzigd bij Resolutie 05-79 aangenomen door de Raad van Bestuur op 17 mei 1979· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 5 juli 2002

1. Het totale uitstaande bedrag met betrekking tot de gewone werkzaamheden van de Bank mag nooit groter zijn dan het totale bedrag van haar onbezwaarde geplaatste kapitaal, reserves en overschotten begrepen in haar gewone kapitaalmiddelen. 2. Het totale uitstaande bedrag met betrekking tot de bijzondere werkzaamheden van de Bank in verband met een Bijzonder Fonds mag nooit groter zijn dan het totale bedrag van de tot dat Bijzondere Fonds behorende onbezwaarde bijzondere middelen. 3. Met betrekking tot leningen die worden verstrekt uit door de Bank geleende fondsen en waarop de verplichting gevolg te geven aan de in artikel 7, vierde lid, letter a, van deze Overeenkomst geregelde verzoeken om betaling van toepassing is, mag het totale bedrag van de hoofdsom dat uitstaat en betaalbaar is aan de Bank in een bepaalde valuta nooit hoger zijn dan het totale bedrag van de hoofdsom dat uitstaat ten aanzien van door de Bank geleende fondsen die in dezelfde valuta betaalbaar zijn. 4. Met betrekking tot beleggingen gedaan uit hoofde van artikel 14, eerste lid, onderdeel c, van deze Overeenkomst uit de gewone kapitaalmiddelen van de Bank mag het totale uitstaande bedrag nooit hoger zijn dan een door de Raad van Bestuur vastgesteld percentage van het totale bedrag van het volgestorte kapitaal van de Bank tezamen met de reserves en het in de gewone kapitaalmiddelen opgenomen overschot. Op het tijdstip waarop de belegging wordt gedaan, mag het bedrag van een bepaalde belegging bedoeld in het voorgaande onderdeel niet hoger zijn dan een percentage van het aandelenkapitaal van de betrokken instelling of onderneming, welk percentage het College van Bewindvoerders dient te hebben vastgesteld voor elke uit hoofde van artikel 14, eerste lid, onderdeel c, van deze Overeenkomst te verrichten belegging. In geen geval mag de Bank trachten door een dergelijke belegging een beslissend belang te verkrijgen in de betrokken instelling of onderneming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel