Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V

Artikel 33

College van Bewindvoerders: samenstelling

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, gedaan te Khartoem op 4 augustus 1963, zoals gewijzigd bij Resolutie 05-79 aangenomen door de Raad van Bestuur op 17 mei 1979· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 2 mei 1998

1. Het College van Bewindvoerders bestaat uit achttien leden, die geen bestuurder of plaatsvervanger mogen zijn. Twaalf leden worden gekozen door de bestuurders van de regionale leden en zes leden worden gekozen door de bestuurders van de niet-regionale leden. Zij worden door de Raad van Bestuur gekozen overeenkomstig Bijlage B bij deze Overeenkomst. Bij de verkiezing van het College van Bewindvoerders houdt de Raad van Bestuur terdege rekening met de hoge mate van bekwaamheid in economische en financiële aangelegenheden die voor de functie is vereist. De Raad van Bestuur kan slechts besluiten tot wijziging van het aantal leden van het College van Bewindvoerders met een drie vierde meerderheid van het totale aantal stemmen van de lidlanden, die, met betrekking tot bepalingen die uitsluitend betrekking hebben op het aantal en de verkiezing van bewindvoerders door regionale lid-landen, een twee derde meerderheid van de bestuurders van de regionale leden omvat, en met betrekking tot de bepalingen die uitsluitend betrekking hebben op het aantal en de verkiezing van bewindvoerders door niet-regionale lid-landen, een twee derde meerderheid - van de bestuurders van de niet-regionale leden omvat. 2. Iedere bewindvoerder wijst een plaatsvervanger aan, die voor hem optreedt wanneer hij niet aanwezig is. De bewindvoerders en hun plaatsvervangers dienen onderdanen van Lid-Staten te zijn, doch een plaatsvervanger echter mag niet dezelfde nationaliteit hebben als zijn principaal. Een plaatsvervanger mag deelnemen aan vergaderingen van het College, maar mag alleen zijn stem uitbrengen wanneer hij optreedt in de plaats van zijn principaal. 3. De bewindvoerders worden gekozen voor een termijn van drie jaar en kunnen, met inachtneming van de beperkingen vervat in het vierde lid van dit artikel, worden herkozen. Zij blijven in functie totdat hun opvolger is gekozen. Indien de functie van een bewindvoerder meer dan 180 dagen voor het einde van zijn ambtsperiode openvalt, wordt door de Raad van Bestuur op zijn volgende vergadering overeenkomstig Bijlage B bij deze Overeenkomst een opvolger gekozen voor het resterende deel van de ambtstermijn. Zolang de functie onvervuld blijft, oefent de plaatsvervanger van de vorige bewindvoerder de rechten van de laatste uit, behalve het recht een plaatsvervanger te benoemen. 4. Bewindvoerders mogen ten hoogste twee ambtstermijnen van elk drie jaar zitting nemen in het College van Bewindvoerders. Een bewindvoerder wiens ambtstermijn aanvangt tussen twee algemene verkiezingen komt in aanmerking te worden gekozen voor een termijn van in totaal ten hoogste zes jaar te rekenen vanaf de datum van zijn eerste verkiezing; hierbij geldt te allen tijde dat een bewindvoerder die ten tijde van zijn verkiezing twee ambtstermijnen van elk drie jaar heeft vervuld als plaatsvervangend bewindvoerder niet in aanmerking komt voor herverkiezing.

Rechtspraak bij dit artikel