Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VII

Artikel 52

Rechtshandelingen

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, gedaan te Khartoem op 4 augustus 1963, zoals gewijzigd bij Resolutie 05-79 aangenomen door de Raad van Bestuur op 17 mei 1979· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 28 januari 1983

1. De Bank geniet immuniteit van iedere vorm van rechtsvordering behalve in gevallen voortvloeiend uit haar bevoegdheid te lenen, wanneer alleen een geding tegen haar kan worden aangespannen voor een bevoegde rechter op het grondgebied van een lid waar de Bank haar hoofdkantoor heeft, of op het grondgebied van een lid of een niet-Lid-Staat waar zij een vertegenwoordiger heeft aangesteld voor het aannemen van gerechtelijke aanzeggingen, of waardepapieren heeft uitgegeven of gegarandeerd. De Bank mag evenwel geen proces worden aangedaan door leden of personen die optreden voor of vorderingen hebben op leden. 2. Eigendommen en activa van de Bank zijn vrij van iedere vorm van inbeslagneming, beslaglegging of executie vóór het uitspreken van een eindvonnis tegen de Bank, onverschillig waar zij zich bevinden en wie daarvan de houder is.

Rechtspraak bij dit artikel