Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg betreffende samenwerking op het gebied der diplomatieke vertegenwoordiging· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 8 oktober 1965

1. De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden is niet gehouden een door de Regering van het Groothertogdom Luxemburg krachtens het onderhavige verdrag gedaan verzoek in te willigen, indien zij van oordeel is dat zulks in strijd zou zijn met haar eigen belangen. 2. Ieder der beide regeringen kan, in bijzondere gevallen, te allen tijde de krachtens het onderhavige verdrag getroffen voorzieningen beëindigen. 3. In de gevallen bedoeld in het onderhavige artikel is de Regering van het Groothertogdom Luxemburg vrij op andere wijze de vertegenwoordiging van Luxemburg of de behartiging van zijn belangen te verzekeren. Hetzelfde geldt indien het Koninkrijk der Nederlanden geen diplomatieke vertegenwoordiging heeft geaccrediteerd bij een Staat waar de Regering van het Groothertogdom Luxemburg de vertegenwoordiging van het Groothertogdom of de behartiging van zijn belangen wenst te verzekeren.

Rechtspraak bij dit artikel