Naar hoofdinhoud
2-1. Onder nader tussen de partijen overeen te komen voorwaarden geeft het Koninkrijk der Nederlanden het in Bijlage II aangegeven terrein aan de Gemeenschap in erfpacht uit. De Regering zal zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van deze overeenkomst de akte van overdracht doen opmaken en in het kadaster doen inschrijven. 2-2. Onder nader tussen de partijen overeen te komen voorwaarden verleent het Koninkrijk der Nederlanden een recht van erfpacht aan de Gemeenschap op het terrein als aangegeven in Bijlage I met de zich daarop bevindende installaties. De Regering zal de akte van overdracht doen opmaken en in het kadaster doen inschrijven. Wanneer in deze overeenkomst sprake is van een overdracht van de H.F.R.c.a. wordt deze overdracht geacht te hebben plaatsgevonden op het moment van haar kadastrale inschrijving. 2-3. De Regering maakt zich sterk, dat voor dat deel van het in Bijlage I aangegeven terrein, waarvan niet het Koninkrijk der Nederlanden eigenaar is, aan de Gemeenschap een erfpachtsrecht zal worden verleend op dezelfde voorwaarden als geldend voor het aan het Koninkrijk toebehorende terrein. 2-4. De installaties, deel uitmakende van de H.F.R.c.a., waarvan de bouw is voltooid kunnen vóór de overdracht bedoeld in lid 2, door het R.C.N. ter beschikking van de Commissie worden gesteld op in gemeenschappelijk overleg tussen de Commissie en het R.C.N. vast te stellen data en voorwaarden. 2-5. Voor elk erfpachtsrecht betaalt de Commissie jaarlijks een vergoeding van één gulden aan de Regering. 2-6. Vóór het tijdstip van de in lid 2 bedoelde overdracht en vóór een eventuele terbeschikkingstelling overeenkomstig lid 4 maken het R.C.N. en de Commissie een uitvoerige inventaris van de installaties op. 2-7. De Regering neemt alle maatregelen, die nodig zijn om de garantie die het R.C.N. geniet ten opzichte van de leveranciers van de H.F.R.c.a. aan de Commissie ten goede te doen komen.

Rechtspraak bij dit artikel