Naar hoofdinhoud
1. De artikelen 24, tweede lid, en 27 van het Uitleveringsverdrag zijn van toepassing, zelfs indien het strafbare feiten betreft die geen aanleiding kunnen geven tot uitlevering. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 27, vierde lid, van het Uitleveringsverdrag kunnen de in dat artikel bedoelde bevoegdheden eveneens worden uitgeoefend door de op grond van artikel 16, tweede lid, van deze Overeenkomst aangewezen ambtenaren. 3. De ambtenaren die op grond van artikel 26 van het Uitleveringsverdrag zijn afgevaardigd om behulpzaam te zijn bij het opsporen en constateren van strafbare feiten, kunnen samen met de ambtenaren van het aangezochte land processen-verbaal opstellen van hetgeen zij hebben geconstateerd. Deze processen-verbaal hebben in elk der landen dezelfde waarde als waren zij door ambtenaren van dat land opgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel