Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Korea· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 19 augustus 2018

1. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht langs diplomatieke weg bij een schriftelijke kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij een of meer luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van het internationale luchtvervoer op de in de bijlage omschreven routes en een eerder aangewezen luchtvaartmaatschappij te vervangen door een andere luchtvaartmaatschappij. 2. Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing en van een aanvraag van de aangewezen luchtvaartmaatschappij, in de vorm en op de wijze die is voorgeschreven voor exploitatievergunningen, verleent elke Overeenkomstsluitende Partij onverwijld de aldus aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere Overeenkomstsluitende Partij de desbetreffende exploitatievergunningen met inachtneming van de bepalingen van dit artikel, mits: in het geval van (een) luchtvaartmaatschappij(en) aangewezen door het Koninkrijk der Nederlanden: de luchtvaartmaatschappij op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden gevestigd is overeenkomstig het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en beschikt over een geldige exploitatievergunning afgegeven door een lidstaat van de Europese Unie in overeenstemming met het recht van de Europese Unie, en de lidstaat van de Europese Unie die verantwoordelijk is voor de afgifte van het bewijs luchtvaartexploitant daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft en de desbetreffende luchtvaartautoriteit duidelijk wordt vermeld in de aanwijzing; en de luchtvaartmaatschappij haar voornaamste plaats van bedrijfsuitoefening heeft op het grondgebied van de lidstaat van de Europese Unie waarvan zij de geldige exploitatievergunning heeft ontvangen, en de luchtvaartmaatschappij rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van en daadwerkelijk onder toezicht staat van lidstaten van de Europese Unie en/of de Europese Vrijhandelsassociatie en/of van onderdanen van deze staten; en in het geval van (een) luchtvaartmaatschappij(en) aangewezen door de Republiek Korea: de luchtvaartmaatschappij op het grondgebied van de Republiek Korea gevestigd is en beschikt over een geldige exploitatievergunning afgegeven door de Republiek Korea in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetten en voorschriften van de Republiek Korea, en de Republiek Korea daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft en de desbetreffende luchtvaartautoriteit duidelijk wordt vermeld in de aanwijzing, en de luchtvaartmaatschappij rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van en daadwerkelijk onder toezicht staat van de Republiek Korea en/of van onderdanen van de Republiek Korea; en de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij(en) aanwijst de in artikel 11bis over veiligheid van de luchtvaart en artikel 11ter over beveiliging van de luchtvaart vervatte normen handhaaft en toepast; en de aangewezen luchtvaartmaatschappij in staat is te voldoen aan de in de wetten en voorschriften gestelde voorwaarden die de Overeenkomstsluitende Partij die de aanvraag of aanvragen behandelt gewoonlijk toepast op de exploitatie van het internationale luchtvervoer. 3. Na ontvangst van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning kan (kunnen) de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) een aanvang maken met de exploitatie van het overeengekomen vervoer, mits zij de bepalingen van deze Overeenkomst naleeft (naleven). Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 25 juni 2020 zal, wanneer in de Engelse tekst van de bilaterale Overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar „nationals” van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen als een verwijzing naar „nationals” van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2021/157). Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst van 25 juni 2020 zal, wanneer in de Engelse tekst van de bilaterale Overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar „air carriers or airlines” van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen „air carriers or airlines” (Trb. 2021/157). Ingevolge artikel 2, eerste en tweede lid, van de Overeenkomst van 25 juni 2020 hebben de bepalingen van artikel 2, derde en vierde lid, van deze Overeenkomst voorrang op de overeenkomstige bepalingenvan de leden 1, 2 en 3 en de leden 4 en 5 (Trb. 2021/157).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel