**1.** Bij de invordering verleent het aangezochte orgaan het bevoegde orgaan bijstand. De bijstand wordt op verzoek van het bevoegde orgaan verleend. Het verzoek wordt door tussenkomst van de verbindingsorganen aan het aangezochte orgaan gericht.
**2.** Tot staving van het verzoek legt het bevoegde orgaan aan het aangezochte orgaan een afschrift over van de administratieve of gerechtelijke beslissing nopens de vaststelling van de premies. De daartoe op het grondgebied, waar de beslissing is genomen, volgens de aldaar geldende Wetgeving bevoegde instantie dient dit afschrift te hebben gewaarmerkt onder aantekening, dat de schuld invorderbaar is.
**3.** De in het tweede lid bedoelde beslissing wordt op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij, waar het aangezochte orgaan gevestigd is, door de voor overeenkomstige premievorderingen bevoegde instantie uitvoerbaar verklaard, voor zover de wettelijke voorschriften van deze Overeenkomstsluitende Partij zulks nodig maken.
**4.** Het aangezochte orgaan kan het verzoek om bijstand afwijzen, indien het bevoegde orgaan op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij, waar het gevestigd is, niet alle middelen tot inning van zijn vordering bij de hoofdschuldenaar heeft uitgeput.
**5.** Ten aanzien van een schuld, die het voorwerp uitmaakt van een nog niet onherroepelijk beslist geschil, blijft het verzoek om bijstand beperkt tot het verzoek, door het treffen van conservatoire maatregelen de invordering van de schuld te waarborgen.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de invordering van premies voor de sociale zekerheid· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 24 juli 1970