Naar hoofdinhoud
Ter zake van de rechtspositie van de personen bedoeld in artikel 2 van deze Overeenkomst, hebben de staten van herkomst en de Bondsrepubliek Duitsland de rechten en verplichtingen die hun zijn verleend of opgelegd ingevolge het NAVO-Statusverdrag en de Aanvullende Overeenkomst met betrekking tot de leden van de krijgsmacht, de civiele dienst en hun gezinsleden, in zoverre de rechten en verplichtingen voortvloeiend uit het NAVO-Statusverdrag niet ingevolge het Protocol zijn op- of overgedragen aan het bevoegde Algemene Hoofdkwartier en de daaraan verantwoordelijke autoriteiten.

Rechtspraak bij dit artikel