**(1).** De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland neemt Duitse onderdanen die de autoriteiten van een der Beneluxlanden voornemens zijn uit het Beneluxgebied te verwijderen, zonder formaliteiten en zonder tussenkomst van haar diplomatieke vertegenwoordigingen over, voor zover kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat deze personen de Duitse nationaliteit bezitten.
**(2).** Het bezit van de Duitse nationaliteit kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt aan de hand van een „Heimatschein”, een nationaliteitsbewijs (Staatsangehörigkeitsausweis), een naturalisatiebewijs (Einbürgerungsurkunde), een Duits paspoort (Deutscher Reisepass), een identiteitskaart afgegeven door de Bondsrepubliek (Bundespersonalausweis) of een „Temporary Travel Document”, ook indien deze ten onrechte zijn afgegeven of sedert ten hoogste tien jaar zijn verlopen. Bedoelde nationaliteit kan eveneens op grond van andere gegevens aannemelijk worden gemaakt.
**(3).** Zulke personen worden overgenomen op vertoon van een der in lid 2 opgesomde documenten, dan wel op grond van andere bescheiden waaruit hun nationaliteit kan worden afgeleid.
**(4).** De Regering van elk der Beneluxlanden zal de door haar overeenkomstig de bepalingen van de leden 1 t/m 3 overgegeven personen terugnemen, indien uit een onmiddellijk na de overgave, door de autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland ingesteld nader onderzoek, blijkt dat deze personen op het ogenblik van verwijdering van het Beneluxgebied niet in het bezit waren van de Duitse nationaliteit voor zover voor de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland geen verplichting tot overname op grond van artikel 4 of 5 bestaat.
**(5).** Indien het in lid 2 genoemde bewijs niet kan worden geleverd of de verstrekte gegevens onvoldoende zijn om het bezit van de Duitse nationaliteit aannemelijk te maken, is het overnemen afhankelijk van een overnameverklaring.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland enerzijds en de Regeringen van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden anderzijds, inzake het overnemen van personen aan de grens· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1966