**(1).** Personen die geen onderdaan zijn van een der Beneluxlanden en die volgens de in die landen geldende regeling het Beneluxgebied op onwettige wijze via de gemeenschappelijke grens zijn binnengekomen, kunnen binnen twee weken na de grensoverschrijding weer aan de Franse grensautoriteiten worden overgegeven, indien de grensautoriteiten van een der Beneluxlanden gegevens verstrekken aan de hand waarvan de Franse grensautoriteiten kunnen vaststellen dat aan de voorwaarden tot overgave is voldaan. Indien de overgave niet binnen de termijn van twee weken heeft kunnen plaatsvinden, blijft de verplichting tot overgave van kracht, indien de betrokkene binnen deze zelfde termijn door de autoriteiten van een der Beneluxlanden is aangehouden of, zo dit niet het geval is, indien deze de Franse autoriteiten in kennis hebben gesteld van hun voornemen tot verwijdering.
**(2).** De verplichting tot overneming bestaat niet ten aanzien van onderdanen van een derde land dat in Europa een gemeenschappelijke grens heeft met een der Beneluxlanden, tenzij ernstige redenen zich tegen hun verwijdering naar het grondgebied van dat derde land verzetten.
**(3).** De Regering van het Beneluxland dat de overgave heeft verricht, neemt binnen een termijn van ten hoogste drie maanden personen terug ten aanzien waarvan uit een onmiddellijk door de Franse autoriteiten ingesteld nader onderzoek blijkt dat aan de voorwaarden tot overgave niet is voldaan.
Artikel 8
Artikel 8
Deze tekst geldt sinds 16 mei 1964