Artikel VI
Regeling van geschillen
Deze tekst geldt sinds 15 september 1967
Ieder geschil tussen de Organisatie(s) en de Regering van het Koninkrijk dat uit deze Overeenkomst voortvloeit of er mede in verband staat en dat niet kan worden geregeld door middel van onderhandelingen of op een andere overeengekomen wijze, wordt op verzoek van een der Partijen aan arbitrage onderworpen. Iedere Partij benoemt een scheidsrechter en de twee aldus benoemde scheidsrechters benoemen een derde, die de voorzitter is. Indien binnen zestig dagen na het verzoek om arbitrage een der Partijen nog geen scheidsrechter heeft benoemd of binnen zestig dagen na de benoeming van de twee scheidsrechters de derde scheidsrechter nog niet is benoemd, kan zowel de ene als de andere Partij de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken een scheidsrechter te benoemen. De arbitrageprocedure wordt door de scheidsrechters vastgesteld en de kosten van de arbitrage worden gedragen door de Partijen zoals vastgesteld door de scheidsrechters. De scheidsrechterlijke uitspraak wordt met redenen omkleed en wordt door de Partijen aanvaard als zijnde de definitieve uitspraak in het geschil.