Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 20

Artikel 20

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko betreffende de aanwerving en de tewerkstelling van Marokkaanse werknemers in Nederland· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 14 mei 1969

1. Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst zal de werknemer Nederland verlaten, tenzij zijn arbeidsovereenkomst verlengd wordt of tenzij hij met goedkeuring van de Nederlandse autoriteiten een andere betrekking aanvaardt. 2. In geval van sluiting van een nieuwe overeenkomst zal het verzoek tot verlenging van de werkvergunning worden ingediend hetzij door de werkgever hetzij door de werknemer. 3. Bij beëindiging of verbreking van de arbeidsovereenkomst komen de kosten van repatriëring ten laste van de Nederlandse werkgever. Deze kosten komen echter voor rekening van de werknemer, indien de verbreking het gevolg is van een door hem begane ernstige fout, of indien de werknemer de arbeidsovereenkomst om niet gerechtvaardigde redenen heeft beëindigd; het is de taak van het arbeidsbureau binnen welks gewest zich de plaats van tewerkstelling bevindt, terzake de beslissing te nemen. 4. Indien de arbeidsovereenkomst, als bedoeld in artikel 8, wordt verlengd, neemt de werkgever, als de werknemer zijn vakantie in Marokko wenst door te brengen, de kosten van de heen- en terugreis voor zijn rekening. Bij verdere verlengingen van de arbeidsovereenkomst verliest dit voorrecht zijn verplicht karakter. Als de verlenging plaats heeft, zonder dat de vakantie in Marokko wordt doorgebracht, komen na beëindiging van de arbeidsovereenkomst de kosten van repatriëring voor rekening van de werkgever, mits de repatriëring plaats heeft binnen twee weken na beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel