De Columbiaanse Regering verplicht zich:
De invoer en de wederuitvoer toe te staan onder vrijdom van douanerechten, voorafgaande importdeposito's, en van alle soorten belastingen, heffingen, bijdragen en bezwaringen, van de gehele arbeidsuitrusting en alle voorraden, daaronder begrepen automaterieel, dat in Columbia wordt ingevoerd voor de doeleinden van deze Overeenkomst gedurende deszelfs geldigheidsduur; deze vrijdom strekt zich eveneens uit tot de persoonlijke eigendommen van de Vrijwilligers en van het Nederlandse personeel, werkzaam onder deze Overeenkomst met inachtneming van de Columbiaanse wettelijke bepalingen toepasselijk op personeel van de internationale technische hulp, uitgezonderd automobielen voor persoonlijk gebruik.
De salarissen, emolumenten en gratificaties betaald aan de Vrijwilligers en aan het niet-Columbiaanse personeel dat rechtstreeks voor het vervullen van functies overeenkomstig deze Overeenkomst in dienst staat van de Nederlandse Regering, vrij te stellen van inkomsten- en bijkomende belastingen, evenals de geldsbedragen, over te maken door hun familieleden, en verder welke inkomsten dan ook door hen verkregen uit buiten Columbia gelegen bronnen.
De invoer in Columbia en wederuitvoer toe te staan van geldsmiddelen verband houdende met de werkzaamheden van de Vrijwilligers en het Nederlands personeel, en de omwisseling dezer gelden in Columbiaanse gangbare munt, volgens de hoogste koers, met inachtneming van de Columbiaanse wettelijke bepalingen.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Columbia inzake het ter beschikking stellen van Nederlandse Vrijwilligers voor arbeid in Columbia· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 27 januari 1965