De Lid-Staten verplichten zich ertoe om zich, naar verhouding van hun deelneming in het kapitaal van de Bank, jegens de Bank borg te stellen, daarbij afziend van het voorrecht van uitwinning, voor alle financiële en geldelijke verplichtingen die voor haar geldnemers voortvloeien uit haar hulp in de vorm van krachtens artikel 9 van het Financiële Protocol verstrekte leningen uit eigen middelen, zulks tot een bedrag waarvan de hoofdsom gelijkwaardig is aan 25 miljoen rekeneenheden.
De uit het voorgaande lid voortvloeiende verplichtingen zullen het voorwerp zijn van borgovereenkomsten tussen elk der Lid-Staten en de Bank.
HOOFDSTUK II
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Interne Overeenkomst inzake het Financiële Protocol· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 21 december 1972