**1.** De Hoge Verdragsluitende Partijen gaan er van uit, dat de scheepvaart dient te blijven beschikken over een vaarverbinding tussen de noordelijke uitmonding van de in artikel 2 bedoelde vaarweg en de Waal, welke geschikt is voor schepen en konvooien die de Waal bevaren en welke tussen de in aanbouw zijnde Volkerakdam en de Waal vrijstromend is.
**2.** Te dien einde draagt Nederland zorg, dat ten minste één vaarweg in deze vaarverbinding aan de in het vorige lid gestelde eisen beantwoordt, met dien verstande dat het steeds aan Nederland blijft voorbehouden de hiervoor in aanmerking komende vaarweg aan te wijzen.
HOOFDSTUK C
Artikel 34
Artikel 34
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbinding tussen de Schelde en de Rijn· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 23 april 1965