Dit Verdrag geldt voor onbepaalde duur.
Iedere Partij heeft, in de uitoefening van haar nationale soevereiniteit, het recht het Verdrag op te zeggen indien zij van mening is dat buitengewone gebeurtenissen die betrekking hebben op het onderwerp van dit Verdrag de hoogste belangen van het land in gevaar hebben gebracht. Zij stelt alle andere Partijen bij dit Verdrag drie maanden van te voren van deze opzegging in kennis.
Artikel IV
Artikel IV
Onderdeel van Verdrag tot het verbieden van proefnemingen met kernwapens in de dampkring, in de kosmische ruimte en onder water· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 14 september 1964