**1.** Dit Verdrag staat open voor ondertekening van 9 maart 1964 tot en met 10 april 1964. Het dient door de ondertekenende Regeringen overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke procedures te worden bekrachtigd of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging of goedkeuring dienen zo spoedig mogelijk bij de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland te worden nedergelegd.
**2.** Dit Verdrag treedt in werking op de datum waarop acht ondertekenende Regeringen hun akte van bekrachtiging of goedkeuring hebben nedergelegd. Indien evenwel op 1 januari 1966 aan deze voorwaarde nog niet is voldaan, kunnen de Regeringen die hun akte van bekrachtiging of goedkeuring reeds hebben nedergelegd door middel van een bijzonder protocol in onderling overleg de datum van de inwerkingtreding van dit Verdrag vaststellen. In beide gevallen treedt het Verdrag ten aanzien van een Regering die het daarna bekrachtigt of goedkeurt in werking op de datum van nederlegging van haar akte van bekrachtiging of goedkeuring.
**3.** Elke Staat kan te allen tijde nadat het Verdrag van kracht is geworden ertoe toetreden op door die Staat met de Verdragsluitende Partijen overeen te komen voorwaarden. Toetreding op de overeengekomen voorwaarden komt tot stand door middel van een schriftelijke kennisgeving gericht aan de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.
**4.** De Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland doet alle ondertekenende en toetredende Regeringen mededeling van alle nederleggingen van akten van bekrachtiging of goedkeuring, alsmede van alle ontvangen kennisgevingen van toetreding, en stelt ondertekenende en toetredende Regeringen in kennis van de data waarop, en van de Regeringen ten aanzien waarvan, dit Verdrag in werking treedt.
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Verdrag inzake de visserij· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 20 juli 1971