Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Democratische Republiek Kongo inzake het luchtvervoer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 7 februari 1973

(1). De luchtvaartuigen gebruikt in het internationale verkeer door de luchtvaartmaatschappijen aangewezen door een der Overeenkomstsluitende Partijen, alsmede hun normale boorduitrusting, hun reserves aan motorbrandstoffen en smeeroliën en hun boordvoorraden (met inbegrip van proviand, dranken en tabakswaren), zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij op de voorwaarden vastgelegd in het douanereglement van deze Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere soortgelijke rechten en heffingen, op voorwaarde dat deze uitrustingen en voorraden aan boord blijven van de luchtvaartuigen totdat zij weer worden uitgevoerd. (2). Van dezelfde rechten en heffingen zijn eveneens en op dezelfde voorwaarden vrijgesteld, met uitzondering van accijnzen en heffingen voor bewezen diensten: de motorbrandstoffen en smeeroliën aan boord genomen op het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende Partijen en bestemd voor de bevoorrading van de door de luchtvaartmaatschappijen aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij, in het internationale luchtverkeer voor de exploitatie van de overeengekomen diensten gebruikte luchtvaartuigen, zelfs indien deze voorraden moeten worden gebruikt op het trajectgedeelte uitgevoerd boven het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waarop deze voorraden aan boord zijn genomen; boordproviand opgenomen op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen binnen de grenzen als vastgesteld door de luchtvaartautoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij en aan boord genomen van de luchtvaartuigen die in het internationale verkeer worden gebruikt door de door een van de Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten; reservedelen ingevoerd op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen voor het onderhoud of het herstellen van de luchtvaartuigen gebruikt in het internationale luchtverkeer van de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen. (3). De normale boorduitrusting, de voorraden aan motorbrandstoffen, smeeroliën en boordproviand evenals de reservedelen die zich aan boord bevinden van de luchtvaartuigen voor internationaal luchtverkeer gebruikt door een van de Overeenkomstsluitende Partijen, mogen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij niet worden gelost dan met toestemming van de douane-autoriteiten van deze Overeenkomstsluitende Partij. In dit geval worden zij onder toezicht van de genoemde douane-autoriteiten geplaatst totdat zij weer uitgevoerd worden of totdat daarvan aangifte bij de douane is gedaan. Zij blijven ter beschikking van de onderneming die er de eigenaar van is. (4). De uitrusting, de voorraden en de materialen in het algemeen die vanaf de aankomst op het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende Partijen vallen onder de bepalingen van de bovenstaande leden, mogen niet worden vervreemd zonder machtiging van de douane-autoriteiten van deze Overeenkomstsluitende Partij. In de verhouding Nederlandse Antillen-Kongo vanaf 13 mei 1970. In de verhouding Nederlandse Antillen-Kongo vanaf 13 mei 1970.

Rechtspraak bij dit artikel