Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Democratische Republiek Kongo inzake het luchtvervoer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 7 februari 1973

(1). Iedere Overeenkomstsluitende Partij verleent de luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij die een internationale luchtdienst onderhouden: het recht over haar grondgebied te vliegen zonder er te landen. Uitdrukkelijk wordt vastgesteld dat dit recht zich niet uitstrekt tot zones waarboven het verboden is te vliegen en dat het recht in alle gevallen uitgeoefend dient te worden overeenkomstig de regelingen van kracht in het land boven welks grondgebied gevlogen wordt; het recht voor niet-commerciële doeleinden te landen op haar grondgebied, onder het voorbehoud dat de landing geschiedt op een luchthaven opengesteld voor internationaal verkeer. (2). Voor de toepassing van het in het eerste lid bepaalde dient iedere Overeenkomstsluitende Partij de routes aan te geven waarlangs de luchtvaartuigen van de andere Overeenkomstsluitende Partij over haar grondgebied moeten vliegen, alsmede de luchthavens die gebruikt mogen worden. In de verhouding Nederlandse Antillen-Kongo vanaf 13 mei 1970. In de verhouding Nederlandse Antillen-Kongo vanaf 13 mei 1970.

Rechtspraak bij dit artikel