Naar hoofdinhoud

DEEL VIII

Artikel 52

Artikel 52

Onderdeel van Europese Code inzake Sociale Zekerheid (herzien)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

1. Tot de beschermde personen moeten worden gerekend: wat betreft de in artikel 51, letter a, bedoelde eventualiteit: alle werkneemsters, met inbegrip van vrouwelijke leerlingen, en hun dochters, alsmede alle echtgenotes die ten laste komen van werknemers, met inbegrip van leerlingen en hun dochters; of alle economisch actieve vrouwen en hun dochters, alsmede alle echtgenotes die ten laste komen van economisch actieve mannen, en hun dochters; of alle vrouwelijke ingezetenen wat betreft de in artikel 51, letter b, bedoelde eventualiteit: alle werkneemsters, met inbegrip van vrouwelijke leerlingen; of alle vrouwen die behoren tot voorgeschreven groepen van de economisch actieve bevolking die in totaal ten minste 80 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking. 2. Niettegenstaande het bepaalde in het voorgaande lid, letter a, kan elke Partij van de toepassing van dit Deel uitsluiten: vrouwen die behoren tot groepen werknemers die in totaal niet meer dan 5 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers, en hun dochters, alsmede de echtgenotes van mannen die tot deze groepen behoren, en hun dochters; of vrouwen die behoren tot groepen van de economisch actieve bevolking die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking, en hun dochters, alsmede de echtgenotes van mannen die tot deze groepen behoren, en hun dochters; of vrouwen die behoren tot groepen ingezetenen die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke ingezetenen, en hun dochters. Niettegenstaande het bepaalde in het voorgaande lid, letter b.i, kan elke Partij vrouwen die behoren tot groepen werknemers die in totaal niet meer van 10 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers, van de toepassing van dit Deel uitsluiten. 3. Wanneer een Partij het eerste lid, letter a.i of a.ii, van dit artikel toepast, geldt voor vrouwen die een van de volgende uitkeringen ontvangen of aanspraak maken op een in letter a of b van dit lid genoemde uitkering: een invaliditeits-, ouderdoms- of nabestaandenuitkering; een uitkering voor blijvende arbeidsongeschiktheid tot in voorgeschreven mate of een nabestaandenuitkering, in het geval van een arbeidsongeval of beroepsziekte; een werkloosheidsuitkering, en voor echtgenotes die ten laste komen van mannen die zodanige uitkeringen ontvangen of aanspraak maken op een invaliditeits-, ouderdoms- of nabestaandenuitkering, en voor hun kinderen, dat zij, onder voorgeschreven voorwaarden, bescherming blijven genieten ten aanzien van de in artikel 51, letter a, bedoelde eventualiteit. 4. Elke Partij kan van de bepalingen van het eerste lid, letter a, het tweede lid, letter a, en het derde lid van dit artikel afwijken indien haar wetgeving medische zorg waarborgt: aan voorgeschreven groepen werkneemsters die in totaal ten minste 80 % uitmaken van de gezamenlijke werkneemsters; of aan voorgeschreven groepen economisch actieve vrouwen die in totaal ten minste 75 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve vrouwen; aan voorgeschreven groepen vrouwelijke ingezetenen die in totaal ten minste 70 % uitmaken van de gezamenlijke vrouwelijke ingezetenen, en, in geval van ziekte die voortvloeit uit zwangerschap en langdurige verzorging vereist, aan alle vrouwelijke ingezetenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel