Naar hoofdinhoud

DEEL XII

Artikel 74

Artikel 74

Onderdeel van Europese Code inzake Sociale Zekerheid (herzien)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

1. Een prestatie, waarop een beschermd persoon recht zou hebben gehad op grond van een van de delen II tot en met X van deze (herziene) Code, kan in voorgeschreven mate worden geweigerd, ingetrokken of geschorst: wanneer de eventualiteit is voorzaakt door een door de belanghebbende gepleegd misdrijf; wanneer de eventualiteit is veroorzaakt door opzet van de belanghebbende; wanneer de belanghebbende de betreffende uitkering op bedrieglijke wijze heeft verkregen of getracht te verkrijgen; in daarvoor in aanmerking komende gevallen, wanneer de belanghebbende nalaat gebruik te maken van de medische zorg of de revalidatiediensten, die tot zijn beschikking staan, of de regels niet nakomt die zijn voorgeschreven voor het vaststellen van het bestaan van de eventualiteit of voor de gedragingen van de gerechtigde; wat betreft werkloosheidsuitkeringen: onder voorgeschreven voorwaarden, wanneer de belanghebbende zijn werk heeft neergelegd om deel te nemen aan een arbeidsconflict, dan wel wanneer hem het werken wordt belet of hij werkloos is geworden als rechtstreeks gevolg van een arbeidsconflict, dan wel wanneer hij vrijwillig zonder rechtmatige reden zijn werk heeft neergelegd; wanneer de belanghebbende nalaat gebruik te maken van de diensten voor arbeidsbemiddeling die tot zijn beschikking staan; zolang de belanghebbende zich niet op het grondgebied van de desbetreffende Partij bevindt; zolang het onderhoud van de belanghebbende ten laste van de overheid of van een instelling of dienst van sociale zekerheid komt; zolang de belanghebbende een andere uitkering voor sociale zekerheid in geld ontvangt, met uitzondering van kinderbijslag, en gedurende enige periode, tijdens welke hij voor hetzelfde geval een vergoeding ontvangt van derden, met dien verstande, dat het deel van de uitkering dat wordt geschorst de andere uitkering of de door derden betaalde schadeloosstelling niet overtreft; voor wat betreft de uitkeringen aan een nagelaten echtgeno(o)t(e), zolang deze met een ander samenleeft; voor wat betreft de invaliditeits-, ouderdoms- of nabestaandenuitkeringen, zolang de belanghebbende betaald werk verricht; voor wat betreft de uitkeringen die worden toegekend zonder enige voorwaarde inzake wachttijd, ter voorkoming van misbruik. 2. In voorgeschreven gevallen, onder voorgeschreven voorwaarden en binnen voorgeschreven grenzen, moet een deel van de uitkering, die normaal zou zijn verleend als de desbetreffende bepalingen van het voorgaande lid niet zouden zijn toegepast, worden verleend aan de personen die ten laste van de belanghebbende komen, tenzij zij een andere vorm van bescherming genieten.

Rechtspraak bij dit artikel