Het in artikel 2 van het Financiële Protocol genoemde bedrag van 175 miljoen rekeneenheden wordt als volgt over de Lid-Staten omgeslagen:
België
13
miljoen
rekeneenheden
Bondsrepubliek Duitsland
58,5
„
„
Frankrijk
58,5
„
„
Italië
32
„
„
Luxemburg
0,3
„
„
Nederland
12,7
„
„
Iedere Lid-Staat verplicht zich de Bank overeenkomstig de in artikel 5 gestelde voorwaarden de voor het toekennen van de leningen benodigde middelen te verstrekken tot een bedrag evenredig aan bovengenoemd aandeel.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Overeenkomst inzake het Financiële Protocol gehecht aan de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 17 november 1964