**1.** De dieren moeten over voldoende ruimte beschikken en moeten, tenzij bijzondere omstandigheden anderszins vereisen, kunnen gaan liggen.
**2.** De vervoermiddelen en verpakkingen moeten zo zijn geconstrueerd dat zij de dieren beschermen tegen slechte weersomstandigheden en grote verschillen in klimaat. De luchtverversing en de hoeveelheid lucht moeten zijn aangepast aan de omstandigheden waaronder het vervoer plaats vindt en geschikt zijn voor de vervoerde diersoort.
**3.** De verpakkingen waarin dieren worden vervoerd, moeten voorzien zijn van een merk, waaruit de aanwezigheid van levende dieren blijkt en van een teken dat aangeeft in welke positie de dieren zich rechtop bevinden. Zij moeten gemakkelijk schoongemaakt kunnen worden en zo geconstrueerd zijn dat de dieren niet kunnen ontsnappen en de veiligheid van de dieren is gewaarborgd. Zij moeten het ook mogelijk maken dat de dieren worden onderzocht en verzorgd en zo zijn gestuwd dat de luchtcirculatie niet wordt gehinderd. Tijdens het vervoer en de hantering van de verpakkingen, moeten deze steeds rechtop worden gehouden en mogen zij niet worden blootgesteld aan schokken of heftige stoten.
**4.** Tijdens het vervoer moeten de dieren met passende tussenpozen worden gedrenkt en met geschikt voer worden gevoederd. Deze tussenpozen mogen niet langer zijn dan 24 uur; deze periode mag echter worden verlengd indien het transport binnen een redelijke tijd de plaats van bestemming, waar de dieren worden uitgeladen, kan bereiken.
**5.** Eenhoevigen moeten gedurende het vervoer zijn voorzien van een halster. Deze voorziening is niet verplicht voor niet-afgerichte dieren.
**6.** Wanneer de dieren vastgebonden zijn, moet het daarvoor gebruikte materiaal zo sterk zijn dat het onder normale vervoersomstandigheden niet kan breken en lang genoeg zijn om, wanneer het nodig is, de dieren de mogelijkheid te geven, te gaan liggen, te eten en te drinken. Runderen mogen niet aan de horens worden vastgebonden.
**7.** Eenhoevigen moeten, tenzij zij afgezonderd van elkaar zijn gestald, onbeslagen achterhoeven hebben.
**8.** Stieren ouder dan 18 maanden moeten bij voorkeur zijn vastgebonden; zij moeten een neusring dragen die uitsluitend mag worden gebruikt om de dieren te leiden.
HOOFDSTUK II › Afdeling A
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Europese Overeenkomst inzake de bescherming van dieren tijdens internationaal vervoer· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 5 maart 1981