Indien bericht wordt ontvangen of indien wordt vastgesteld dat de opvarenden van een ruimteschip in open zee zijn neergekomen of op enige andere plaats waar geen enkele Staat rechtsbevoegdheid heeft, verlenen de Overeenkomstsluitende Partijen die daartoe bij machte zijn, zo nodig, hulp bij de opsporings- en reddingsacties ten behoeve van zodanige opvarenden, ten einde zodoende hun spoedige redding te verzekeren. Zij geven zowel de autoriteit die voor de lancering verantwoordelijk is als de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties kennis van de maatregelen die zij treffen en de voortgang die met de uitvoering daarvan wordt gemaakt.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Overeenkomst inzake de redding van ruimtevaarders, de terugkeer van ruimtevaarders en de teruggave van in de kosmische ruimte gebrachte voorwerpen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 17 februari 1981