Naar hoofdinhoud
1. Tot betaling van het in artikel 1 van deze Overeenkomst genoemde bedrag wordt bestemd: het bedrag van f 4 500 000, zijnde het totaal der door de Tsjechoslowaakse Regering aan de Nederlandsche Bank N.V., krachtens de op 4 november 1949 tussen de beide Regeringen gesloten Overeenkomst, vooruitbetaalde bedragen, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van de onderhavige Overeenkomst door beide Regeringen als betaald en ontvangen zullen worden beschouwd; het bedrag van f 900 000, in mindering te brengen op het bedrag van f 2 900 000, dat de Nederlandse Regering krachtens artikel 2 van deze Overeenkomst aan de Tsjechoslowaakse Regering betaalt en dat op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst als betaald en ontvangen wordt beschouwd. 2. Het bedrag van f 2 000 000 dat, nadat overeenkomstig het bepaalde in lid 1 (b) van dit artikel het bedrag van f 900 000 in mindering is gebracht, overblijft, wordt binnen 1 maand na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst gestort op de rekening van de Tsjechoslowaakse Regering bij de Nationale Bank van Tsjechoslowakije te Praag en wordt als definitieve afdoening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst genoemde betaling beschouwd.

Rechtspraak bij dit artikel