**1.** De postdienst van uitgifte bepaalt vrijelijk de bij uitgifte op te leggen heffingen.
**2.** De postwissels die, door tussenkomst van een land dat partij is bij dit Verdrag, tussen een land dat partij is en een land dat geen partij is worden uitgewisseld, kunnen door een tussengeschakelde postdienst worden onderworpen aan een extra heffing, die door deze laatste dienst wordt vastgesteld aan de hand van de kosten van de door hem verrichte transacties, waarvan het bedrag door de betrokken postdiensten wordt overeengekomen en op het bedrag van de postwissel in mindering wordt gebracht; deze heffing kan evenwel aan de afzender worden opgelegd en aan de postdienst van het tussengeschakelde land worden toegekend indien de postdiensten hiertoe overeenstemming hebben bereikt.
**3.** Documenten, acceptgiro’s en betaalopdrachten die betrekking hebben op de overmaking langs postale weg van tussen de postdiensten uitgewisselde postale gelden zijn, onder de in de artikelen RL 110 en 111 bedoelde voorwaarden, vrijgesteld van alle heffingen.
HOOFDSTUK II
Artikel 4
Heffingen
Onderdeel van Verdrag inzake postale financiële diensten· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 26 oktober 2009