**1.** De Adviescommissie heeft tot doel de belangen van de postale sector in brede zin te behartigen en als kader te dienen voor een doeltreffende dialoog tussen de betrokken partijen. De Commissie omvat niet-gouvernementele organisaties die cliënten vertegenwoordigen, leveranciers van distributiediensten, werknemersorganisaties, leveranciers van goederen en diensten die voor de postdienstensector werkzaam zijn en vergelijkbare instanties waarin particulieren verenigd zijn, alsmede ondernemingen die bij de internationale postdiensten betrokken zijn. Indien deze organisaties geregistreerd worden, moet dit geschieden in een lidstaat van de Unie. De Raad van Bestuur en de Postraad wijzen hun respectieve leden aan die als lid in de Adviescommissie zitting hebben. Naast de aanwijzing van leden door de Raad van Bestuur in de Postraad wordt de toetreding tot de Adviescommissie vastgesteld aan de hand van een procedure van indiening respectievelijk inwilliging van verzoeken, die door de Raad van Bestuur wordt ingesteld en verloopt overeenkomstig artikel 102.6.31.
**2.** Elk lid van de Adviescommissie wijst zijn eigen vertegenwoordiger aan.
**3.** De operationele kosten van de Adviescommissie worden op een door de Raad van Bestuur vast te stellen wijze over de Unie en de leden van de Commissie omgeslagen.
**4.** De leden van de Adviescommissie krijgen geen enkele vergoeding of beloning.
**5.** Na elk Congres wordt de Adviescommissie opnieuw georganiseerd, volgens het door de Raad van Bestuur opgezette kader. De Voorzitter van de Raad van Bestuur zit de organisatievergadering van de Adviescommissie voor, gedurende welke wordt overgegaan tot de verkiezing van de Voorzitter van deze Commissie.
**6.** De Adviescommissie stelt haar interne organisatie vast en stelt haar eigen Reglement van Orde op, rekening houdend met de algemene beginselen van de Unie en onder voorbehoud van de goedkeuring van de Raad van Bestuur, na overleg met de Postraad.
**7.** De Adviescommissie vergadert tweemaal per jaar. In beginsel vinden de vergaderingen plaats op de zetel van de Unie op het tijdstip van de zittingen van de Raad van Bestuur en van de Postraad. De datum en plaats van elke vergadering worden door de Voorzitter van de Adviescommissie vastgesteld, na overeenstemming met de Voorzitters van de Raad van Bestuur en de Postraad en met de Directeur-Generaal van het Internationaal Bureau.
**8.** De Adviescommissie stelt haar eigen programma vast in het kader van de navolgende lijst van bevoegdheden:
het bestuderen van de desbetreffende documenten en verslagen van de Raad van Bestuur en van de Postraad; onder uitzonderlijke omstandigheden kan het recht bepaalde teksten en documenten te ontvangen worden beperkt indien de vertrouwelijkheid van het onderwerp van de vergadering of van het document dat vereist; het besluit betreffende een dergelijke beperking kan per geval worden genomen door elk betrokken orgaan of door de Voorzitter ervan; de verschillende gevallen worden aan de Raad van Bestuur medegedeeld, en aan de Postraad indien het om vraagstukken gaat die een bijzonder belang voor dit orgaan vertegenwoordigen; vervolgens kan de Raad van Bestuur, indien hij zulks nodig acht, de beperkingen opnieuw beoordelen, wanneer opportuun in overleg met de Postraad;
het uitvoeren van studies en het voeren van beraadslagingen over vraagstukken die voor de leden van de Adviescommissie van belang zijn;
het bestuderen van vraagstukken betreffende de postdienstensector en het uitbrengen van verslagen over deze vraagstukken;
het leveren van bijdragen aan de werkzaamheden van de Raad van Bestuur en van de Postraad, in het bijzonder door het uitbrengen van verslagen en aanbevelingen, en door het uitbrengen van zienswijzen op verzoek van beide Raden;
het doen van aanbevelingen aan het Congres, onder voorbehoud van goedkeuring van de Raad van Bestuur en, wat de vraagstukken die voor de Postraad van belang zijn betreft, door middel van beoordeling en commentaar door deze laatste.
**9.** De Voorzitter van de Raad van Bestuur en de Voorzitter van de Postraad vertegenwoordigen deze organen bij de vergaderingen van de Adviescommissie wanneer op de agenda van deze vergaderingen punten staan die voor deze organen van belang zijn.
**10.** Ter waarborging van een doeltreffend contact met de organen van de Unie kan de Adviescommissie vertegenwoordigers aanwijzen om aan de vergaderingen van het Congres, van de Raad van Bestuur en van de Postraad alsmede van hun respectieve Commissies deel te nemen in de hoedanigheid van waarnemer zonder stemrecht.
**11.** Op hun verzoek kunnen de leden van de Adviescommissie de plenaire zittingen en de vergaderingen van de Commissies van de Raad van Bestuur en van de Postraad bijwonen, overeenkomstig de artikelen 102.16 en 104.12. Ook kunnen zij deelnemen aan de werkzaamheden van de Projectteams en de Werkgroepen overeenkomstig de artikelen 102.18 en 104.14. De leden van de Adviescommissie kunnen aan het Congres deelnemen in de hoedanigheid van waarnemer zonder stemrecht.
**12.** Op hun verzoek kunnen de hierna genoemde waarnemers, zonder stemrecht, aan de zittingen van de Adviescommissie deelnemen.
leden van de Raad van Bestuur en van de Postraad;
intergouvernementele organisaties die belangstelling hebben voor de werkzaamheden van de Adviescommissie;
beperkte Unies;
andere leden van de Unie.
**13.** Vanwege logistieke redenen kan de Adviescommissie het aantal deelnemers per waarnemer beperken. Ook kan de commissie hun spreekrecht tijdens de beraadslagingen beperken.
**14.** Onder uitzonderlijke omstandigheden kunnen de waarnemers worden uitgesloten van een vergadering of een deel van een vergadering. Ook kan hun recht op het ontvangen van bepaalde documenten worden beperkt indien de vertrouwelijkheid van het onderwerp van de vergadering of van het document dat vereist; het besluit betreffende een dergelijke beperking kan per geval door elk betrokken orgaan of door de Voorzitter ervan worden genomen; de verschillende gevallen worden aan de Raad van Bestuur bekendgemaakt, en aan de Postraad indien het om vraagstukken gaat die een bijzonder belang voor dit orgaan inhouden. Vervolgens kan de Raad van Bestuur, indien hij zulks nodig acht, de beperkingen, indien opportuun in overleg met de Postraad, opnieuw beoordelen.
**15.** Onder de verantwoordelijkheid van de Directeur-Generaal verzorgt het Internationaal Bureau de secretariële taken van de Adviescommissie.
HOOFDSTUK I
Artikel 106
Samenstelling, functioneren en vergaderingen van de Adviescommissie
Onderdeel van Algemeen Reglement van de Wereldpostunie· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 26 oktober 2009