Naar hoofdinhoud

DEEL I › HOOFDSTUK ENIG

Artikel 8

Postzegels

Onderdeel van Algemeen Postverdrag· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 26 oktober 2009

1. De benaming „postzegel” wordt uit hoofde van dit Postverdrag beschermd en is uitsluitend voorbehouden aan de zegels die voldoen aan voorwaarden van dit artikel en van de Regelingen. 2. De postzegel: wordt uitsluitend door een bevoegde uitgevende instantie uitgegeven, overeenkomstig de Akten van de UPU; de uitgifte van postzegels behelst het in omloop brengen ervan; is een teken van soevereiniteit en vormt: een bewijs van de frankering die overeenkomt met de intrinsieke waarde ervan, wanneer deze in overeenstemming met de Akten van de Unie op een poststuk wordt aangebracht; een bron van aanvullende inkomsten voor de postdiensten, als filatelistisch object; moet in omloop zijn op het oorspronkelijke grondgebied van de uitgevende postdienst voor gebruik ten behoeve van frankering of filatelie. 3. Als teken van de soevereiniteit bevat de postzegel: de naam van de lidstaat of van het grondgebied waar de uitgevende postdienst onder valt, in Latijnse letters; facultatief, het officiële embleem van de lidstaat waar de uitgevende postdienst onder valt; in beginsel, de nominale waarde ervan in Latijnse letters of Arabische cijfers; facultatief, de vermelding „Posterijen” in Latijnse of andere letters. 4. De staatsemblemen, de officiële controletekens en de emblemen van intergouvernementele organisaties die op de postzegels voorkomen, worden beschermd uit hoofde van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de intellectuele eigendom. 5. De onderwerpen en motieven van de postzegels moeten: overeenkomen met de geest van de preambule van de Constitutie van de Wereldpostunie en met de beslissingen die door de organen van de Unie zijn genomen; nauw verband houden met de culturele identiteit van het land van de uitbrengende postdienst of een bijdrage leveren aan het uitdragen van de cultuur of aan de handhaving van de vrede; in geval van herdenking van belangrijke personen uit of bijzondere gebeurtenissen in het buitenland voor het land of het grondgebied van de uitgevende postdienst, een nauwe band met het genoemde land of grondgebied hebben; gespeend zijn van politieke of beledigende kenmerken ten aanzien van een persoon of land; van bijzonder belang zijn voor het land waar de uitgevende postdienst onder valt of voor deze postdienst zelf. 6. Als voorwerp van intellectuele eigendomsrechten kan de postzegel het volgende bevatten: de vermelding van het recht van de uitgevende postdienst de betrokken eigendomsrechten te gebruiken, te weten: de auteursrechten, door middel van plaatsing van het copyright-teken (©), de aanduiding van de eigenaar van de auteursrechten alsmede de vermelding van het jaar van uitgifte; het merk dat is geregistreerd op het grondgebied van de lidstaat waaronder de uitgevende postdienst valt, door middel van plaatsing van het teken voor het geregistreerde handelsmerk (®) achter de naam van het merk; de naam van de kunstenaar; de naam van de drukker. 7. Frankeerstempels, afdrukken van frankeermachines en afdrukken van drukpersen of andere druk- of stempelwijzen die voldoen aan de bepalingen van de Akten van de Wereldpostunie, mogen uitsluitend met toestemming van de postdienst worden gebruikt.

Rechtspraak bij dit artikel