**1.** De Partijen stellen regionale en subregionale programma's voor samenwerking en coördinatie inzake rechtshandhaving op zee in tussen hun rechtshandhavingsautoriteiten. Elke Partij wijst ten behoeve van de andere Partijen een coördinator aan die belast is met het organiseren van haar deelname en het aanwijzen van vaartuigen, luchtvaartuigen en rechtshandhavingsfunctionarissen die bij het programma betrokken zijn.
**2.** De Partijen streven ernaar geplande bilaterale, subregionale en regionale operaties uit te voeren teneinde de rechten en verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag uit te oefenen respectievelijk na te komen.
**3.** De Partijen verplichten zich gekwalificeerd personeel toe te wijzen aan regionale en subregionale coördinatiecentra die worden opgericht voor de coördinatie van de opsporing van, het toezicht op en de controle van vaartuigen en luchtvaartuigen en het onderscheppen van vaartuigen die betrokken zijn bij sluikhandel op zee en in het luchtruim daarboven.
**4.** De Partijen worden aangemoedigd standaardwerkprocedures te ontwikkelen voor rechtshandhavingsoperaties uit hoofde van dit Verdrag en, waar van toepassing, met andere Partijen te overleggen teneinde dergelijke standaardprocedures op elkaar af te stemmen met het oog op de uitvoering van gezamenlijke rechtshandhavingsoperaties.
Hoofdstuk
Artikel 19
Programma's voor samenwerking en coördinatie inzake rechtshandhaving op zee in het caribisch gebied
Onderdeel van Verdrag inzake samenwerking bij de bestrijding van sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen over zee en door de lucht in het Caribisch gebied· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 28 augustus 2010