Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Regionale en subregionale samenwerking

Onderdeel van Verdrag inzake samenwerking bij de bestrijding van sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen over zee en door de lucht in het Caribisch gebied· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 28 augustus 2010

1. De Partijen nemen, binnen de beperkingen van de beschikbare middelen, de stappen die nodig zijn om te voldoen aan het doel van dit Verdrag, met inbegrip van de kosteneffectieve wijze verbetering van de regionale en subregionale institutionele capaciteiten en van de coördinatie en uitvoering van de samenwerking. 2. Teneinde aan het doel van dit Verdrag te voldoen, wordt elke Partij uitgenodigd nauw met de andere Partijen samen te werken, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Verdrag van 1988. 3. De Partijen werken samen, rechtstreeks of door tussenkomst van bevoegde internationale, regionale of subregionale organisaties, om voor zover mogelijk hulp en steun te verlenen aan Staten die Partij zijn bij dit Verdrag die behoefte hebben aan dergelijke hulp en steun, door middel van programma's voor technische samenwerking bij de bestrijding van sluikhandel. De Partijen kunnen zich, rechtstreeks of door tussenkomst van bevoegde internationale, regionale of subregionale organisaties, verbinden tot het verlenen van hulp aan dergelijke Staten teneinde de infrastructuur die nodig is voor de doeltreffende bestrijding en voorkoming van sluikhandel uit te breiden en te versterken. 4. Teneinde de Partijen in staat te stellen beter tegemoet te komen aan hun verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag, worden zij uitgenodigd elkaar te verzoeken om operationele en technische hulp en deze te verstrekken.

Rechtspraak bij dit artikel