**1.** Elk Lid ten aanzien waarvan dit Verdrag van kracht is, moet op zijn grondgebied aan de onderdanen van ieder ander Lid ten aanzien waarvan dit Verdrag eveneens van kracht is, dezelfde behandeling ingevolge zijn wettelijke regeling verlenen als zijn eigen onderdanen krachtens die wettelijke regeling ontvangen, zowel wat betreft het verzekerd zijn als wat betreft het recht op uitkering, in alle takken van sociale zekerheid ten aanzien waarvan het de verplichtingen van dit Verdrag heeft aanvaard.
**2.** Met betrekking tot de uitkeringen aan nagelaten betrekkingen moet gelijkheid van behandeling bovendien verleend worden aan de nagelaten betrekkingen van onderdanen van een Lid ten aanzien waarvan dit Verdrag van kracht is, ongeacht de nationaliteit van deze nagelaten betrekkingen.
**3.** Met betrekking tot de uitkeringen van een bepaalde tak van sociale zekerheid mag een Lid echter van de bepalingen van de vorige leden van dit artikel afwijken ten aanzien van de onderdanen van ieder ander Lid dat voor die tak een wettelijke regeling heeft, doch daarin geen gelijkheid van behandeling aan de onderdanen van eerstbedoeld Lid verleent.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verdrag betreffende de gelijkheid van behandeling van eigen onderdanen en vreemdelingen met betrekking tot de sociale zekerheid· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 3 juli 1965