Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Verdrag betreffende de gelijkheid van behandeling van eigen onderdanen en vreemdelingen met betrekking tot de sociale zekerheid· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 3 juli 1965

1. Benevens het in artikel 4 bepaalde, moet elk Lid dat de verplichtingen van dit Verdrag voor één of meer takken van sociale zekerheid in dit lid bedoeld, heeft aanvaard, zowel aan zijn eigen onderdanen als aan de onderdanen van ieder ander Lid dat de verplichtingen van dit Verdrag voor een overeenkomstige tak van sociale zekerheid heeft aanvaard, bij woonplaats in het buitenland bovendien de betaling waarborgen van de invaliditeits- en ouderdomsuitkeringen, de uitkeringen aan nagelaten betrekkingen en uitkeringen bij overlijden, alsmede de betaling van renten bij arbeidsongevallen en beroepsziekten, behoudens de te dien einde overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 vast te stellen bepalingen. 2. Bij woonplaats in het buitenland kan de betaling van invaliditeits- en ouderdomsuitkeringen en uitkeringen aan nagelaten betrekkingen van de aard als bedoeld in artikel 2, zesde lid, onder a), afhankelijk worden gesteld van de deelneming van de betrokken Leden aan het stelsel van behoud van rechten als voorzien in artikel 7. 3. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op uitkeringen toegekend ingevolge overgangsregelingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel