Naar hoofdinhoud

DEEL II

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Verdrag betreffende de huisvesting van de bemanning aan boord van schepen (aanvullende bepalingen)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 27 augustus 1991

1. In de hutten die voor de scheepsgezellen bestemd zijn mag het vloeroppervlak per persoon niet minder bedragen dan: 3,75 m2 aan boord van schepen van 1000 ton of meer, doch minder dan 3000 ton; 4,25 m2aan boord van schepen van 3000 ton of meer, doch minder dan 10 000 ton; 4,75 m2 aan boord van schepen van 10 000 ton of meer. 2. Het vloeroppervlak per persoon in tweepersoonshutten voor scheepsgezellen mag echter niet minder bedragen dan: 2,75 m2aan boord van schepen van 1000 ton of meer, doch minder dan 3000 ton; 3,25 m2aan boord van schepen van 3000 ton of meer, doch minder dan 10 000 ton; 3,75 m aan boord van schepen van 10 000 ton of meer. 3. Bovendien mag het vloeroppervlak van hutten voor scheepsgezellen op passagiersschepen niet minder bedragen dan: 2,35 m2 per persoon aan boord van schepen van 1000 ton of meer, doch minder dan 3000 ton; op schepen van 3000 ton of meer: 3,75 m2 in éénpersoonshutten; 6 m2 in tweepersoonshutten; 9 m2 in driepersoonshutten; 12 m2 in vierpersoonshutten. 4. Ten hoogste twee scheepsgezellen mogen van dezelfde hut gebruik maken, behalve aan boord van passagiersschepen, waar het maximaal toegestane aantal vier bedraagt. 5. De onderofficieren dienen over een eigen slaapvertrek of over een tweepersoonsslaapvertrek te beschikken. 6. In hutten bestemd voor officieren die niet de beschikking hebben over een eigen dagverblijf, dient het vloeroppervlak per persoon niet minder te zijn dan 6,5 m2 aan boord van schepen van minder dan 3000 ton, en niet minder dan 7,5 m2 aan boord van schepen van 3000 ton of meer. 7. Aan boord van andere schepen dan passagiersschepen dient ieder volwassen lid van de bemanning de beschikking te hebben over een eigen hut, wanneer grootte en indeling van het schip en de werkzaamheden waarvoor het wordt gebruikt dit redelijk en uitvoerbaar maken. 8. Indien mogelijk dienen aan boord van schepen van 3000 ton of meer de hoofdwerktuigkundige en de eerste stuurman de beschikking te hebben over een aan het slaapvertrek grenzend dagverblijf. 9. Ruimte, in beslag genomen door kooi-, hang- en ladenkasten en banken, dient te worden meegeteld bij het meten van het vloeroppervlak. Kleine of onregelmatig gevormde oppervlakten, die de beschikbare vrije ruimte niet noemenswaard groter maken, of die niet gebruikt kunnen worden voor het plaatsen van meubels worden niet medegeteld. 10. Een slaapplaats moet binnenwerks gemeten ten minste 1,98 bij 0,80 m zijn.

Rechtspraak bij dit artikel