Naar hoofdinhoud
1. In geval van een geschil tussen twee of meer Partijen betreffende de uitlegging of toepassing van dit Protocol, streven de betrokken Partijen naar beslechting van het geschil door middel van onderhandelingen of op een andere vreedzame wijze van hun eigen keuze. De partijen bij het geschil stellen het Uitvoerend Orgaan in kennis van hun geschil. 2. Bij de bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dan wel toetreding tot dit Protocol, of op enig tijdstip daarna, kan een Partij die geen regionale organisatie voor economische integratie is, in een schriftelijke bij de depositaris ingediende akte verklaren dat zij, met betrekking tot een geschil betreffende de uitlegging of toepassing van het Protocol, beide onderstaande wijzen van geschillenbeslechting, of één daarvan, ipso facto en zonder overeenkomst als dwingend erkent ten opzichte van elke Partij die dezelfde verplichting aanvaardt: voorlegging van het geschil aan het Internationale Gerechtshof; arbitrage in overeenstemming met procedures, zo spoedig mogelijk door de Partijen op een zitting van het Uitvoerend Orgaan aan te nemen in een bijlage inzake arbitrage. Een Partij die een regionale organisatie voor economische integratie is, kan een verklaring van gelijke strekking afleggen met betrekking tot arbitrage in overeenstemming met de in letter b hierboven bedoelde procedures. 3. Een ingevolge het tweede lid hierboven afgelegde verklaring blijft van kracht totdat zij overeenkomstig haar bepalingen haar geldigheid verliest dan wel tot drie maanden nadat een schriftelijke kennisgeving van opzegging is nedergelegd bij de depositaris. 4. Een nieuwe verklaring, een kennisgeving van opzegging of het verlies van de geldigheid van een verklaring zijn op generlei wijze van invloed op de procedure voor het Internationale Gerechtshof of het scheidsgerecht, tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen. 5. Indien de partijen bij het geschil, behalve ingeval de betrokken partijen dezelfde wijze van geschillenbeslechting krachtens het tweede lid hebben aanvaard, er na twaalf maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de ene Partij aan de andere dat tussen hen een geschil bestaat, niet in zijn geslaagd hun geschil te beslechten op de in het eerste lid hierboven bedoelde wijzen, wordt het geschil op verzoek van één van de partijen bij het geschil onderworpen aan conciliatie. 6. Voor de toepassing van het vijfde lid wordt een conciliaticcommissie gevormd. De commissie bestaat uit een gelijk aantal leden, benoemd door elke betrokken partij of, wanneer bij de conciliatie betrokken partijen een zelfde belang nebben, door de groep die dat zelfde belang heeft, en een voorzitter, gekozen door de aldus benoemde leden gezamenlijk. De commissie doet uitspraak in de vorm van een aanbeveling, die de partijen te goeder trouw in overweging nemen.

Rechtspraak bij dit artikel