Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Internationale Overeenkomst inzake de procedure voor de vaststelling van tarieven voor geregelde luchtdiensten· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 21 december 1968

1. Indien er geen bilaterale luchtvaartovereenkomst tussen de twee partijen bestaat, of indien er wel een bilaterale overeenkomst bestaat, doch deze geen bepalingen voor de regeling van geschillen bevat, en er zich een geschil zoals bedoeld in lid 7 van artikel 2 voordoet, kunnen de partijen overeenkomen het geschil ter beslissing voor te leggen aan een bepaalde persoon of instantie; zij kunnen ook overeenkomen het geschil op verzoek van een van hen ter beslissing voor te leggen aan een scheidsgerecht van drie scheidsrechters. 2. Om een zodanig scheidsgerecht samen te stellen wijst elk der partijen binnen zestig dagen na het tijdstip waarop de andere partij haar instemming met het verzoek om een scheidsrechterlijke beslissing heeft betuigd een scheidsrechter aan; de derde scheidsrechter wordt, andermaal binnen een termijn van zestig dagen, te rekenen van het tijdstip waarop de tweede scheidsrechter werd aangewezen, door de beide aldus aangewezen scheidsrechters benoemd. 3. Indien een der partijen nalaat binnen de onderscheiden termijnen een scheidsrechter aan te wijzen, of indien de derde scheidsrechter niet wordt benoemd, kan een der partijen tot de President van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie het verzoek richten het scheidsgerecht voltallig te maken. In dat geval dient de derde scheidsrechter onderdaan te zijn van een derde Staat en dient hij op te treden als president van het scheidsgerecht. 4. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedure vast. Alle beslissingen van het scheidsgerecht dienen met meerderheid van stemmen te worden genomen en zijn definitief.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel