**1.** Indien een persoon aan boord met geweld of onder bedreiging met geweld een luchtvaartuig tijdens de vlucht wederrechtelijk hindert, overmeestert of op andere onrechtmatige wijze onder zijn macht brengt, of wanneer zulks op het punt staat te geschieden, nemen de Verdragsluitende Staten alle passende maatregelen om aan de wettige gezagvoerder wederom het gezag over het luchtvaartuig te geven of om ervoor te zorgen dat hij het gezag over het luchtvaartuig behoudt.
**2.** In de gevallen bedoeld in het voorgaande lid staat de Verdragsluitende Staat op welks grondgebied het luchtvaartuig landt de passagiers en de bemanning toe, hun reis zo spoedig mogelijk voort te zetten, en geeft hij het luchtvaartuig en zijn lading terug aan de rechthebbenden.
Hoofdstuk IV
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 12 februari 1970