Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VII

Artikel 24

Artikel 24

Onderdeel van Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 12 februari 1970

1. Ieder geschil tussen twee of meer Verdragsluitende Staten inzake de uitleg of toepassing van dit Verdrag, dat niet door onderhandelingen kan worden beslecht, wordt op verzoek van een der partijen onderworpen aan arbitrage. Indien partijen er binnen zes maanden na het verzoek om arbitrage niet in zijn geslaagd overeenstemming te bereiken over de vorm van deze arbitrage, kan ieder der betrokken partijen het geschil voorleggen aan het Internationale Gerechtshof, door middel van een verzoek overeenkomstig het Statuut van het Hof. 2. Iedere staat kan op het tijdstip van ondertekening of bekrachtiging of toetreding verklaren dat hij zich niet gebonden acht door het voorgaande lid. De andere Verdragsluitende Staten zijn door het voorgaande lid niet gebonden tegenover een Verdragsluitende Staat die zulk een voorbehoud heeft gemaakt. 3. Een Verdragsluitende Staat die een voorbehoud heeft gemaakt als bedoeld in het voorgaande lid, kan dit voorbehoud te allen tijde intrekken door daarvan mededeling te doen aan de Internationale Burgerlijke Luchtvaartorganisatie.

Rechtspraak bij dit artikel