Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 12 februari 1970

Een Verdragsluitende Staat die niet de staat van inschrijving is, mag een zich in de lucht bevindend luchtvaartuig niets in de weg leggen teneinde zijn rechtsmacht in strafzaken uit te oefenen ten aanzien van een aan boord begaan strafbaar feit, behalve in de volgende gevallen: wanneer het strafbare feit uitwerking heeft op het grondgebied van de betrokken staat; wanneer het strafbare feit is begaan door of tegen een onderdaan of ingezetene van de betrokken staat; wanneer het strafbare feit is gericht tegen de veiligheid van de betrokken staat; wanneer het strafbare feit bestaat uit een inbreuk op in de betrokken staat van kracht zijnde wettelijke voorschriften inzake het vliegen of manoeuvreren van luchtvaartuigen; wanner de uitoefening van rechtsmacht nodig is om het nan van verplichtingen van de betrokken staat krachtens en multilaterale internationale overeenkomst te verzekeren.

Rechtspraak bij dit artikel