Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Overeenkomst betreffende de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 12 november 1975

(1). Elk der Overeenkomstsluitende Partijen betaalt de kosten van de door haar benoemde afgevaardigden, deskundigen en adviseurs, behalve voorzover de Raad daaromtrent anders bepaalt. (2). De Raad dient met een twee derde meerderheid van alle Overeenkomstsluitende Partijen aan de jaarlijkse begroting van de Raad zijn goedkeuring te hechten. (3). In het eerste en tweede boekjaar nadat deze Overeenkomst overeenkomstig artikel 16 in werking is getreden, dragen de Overeenkomstsluitende Partijen bij in de kosten van de Raad tot een bedrag dat gelijk is aan dat hetwelk zij hadden bijgedragen of dat zij hadden toegezegd te zullen bijdragen in het jaar voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze Overeenkomst. (4). Wat het derde boekjaar en de daaropvolgende boekjaren betreft, betalen de Overeenkomstsluitende Partijen bijdragen, die worden berekend volgens een door de Raad ontworpen en door alle Overeenkomstsluitende Partijen aanvaarde schaal. Met toestemming van alle Overeenkomstsluitende Partijen kan deze schaal door de Raad worden gewijzigd. (5). Een Regering die tot deze Overeenkomst toetreedt, draagt voor elk boekjaar in de kosten van de Raad bij tot een tussen die Regering en de Raad overeen te komen bedrag, totdat de in het vierde lid van dit artikel bedoelde schaal van toepassing is op door die Regering te betalen bijdragen. (6). Een Overeenkomstsluitende Partij die gedurende twee achtereenvolgende jaren in gebreke is gebleven haar bijdrage te betalen, geniet geen der aan deze Overeenkomst verbonden rechten, totdat zij aan haar financiële verplichtingen heeft voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel